Innovatie is vernieuwing die leidt tot verbetering.
Itzkan (in Masterthesis Suzanne Schut, 2010) verdeelt de integratie van ICT in het onderwijs in 3 fasen.
1. Substitutie:
* ICT als vervanging voor bestaande onderwijspraktijken
* Geen invloed op de didactische werkwijze
2. Transitie:
* ICT verandert de didactische werkwijze van docenten
* De leerdoelen worden niet aangepast
3. Transformatie:
* Nieuwe leerdoelen worden geformuleerd
* Een geheel herontwerp van het onderwijs
Judith Schoonenboom merkt in haar Blog op dat deze fasen niet zijn bedoeld om een hiërarchische indeling te maken van scholen om ze te classificeren m.b.t. de integratie van ICT. Zij geeft aan dat hoewel scholen in de substitutiefase zitten, ze wel degelijk bezig zijn met verandering van de didactiek. Ook geeft ze aan dat substitutie op sommige punten het eindpunt van de onwikkeling kan zijn, omdat transformatie niet gewenst is.
Wilfred Rubens geeft aan dat het wel degelijk nodig is om m.b.t. ICT verder te kijken dan alleen substitutie. Hij beargumenteert dat het onderwijs juist radicaal zal moeten veranderen om aan de leervragen van alle lerenden te kunnen voldoen.
In het artikel van P.R.J. Simons (2003) wordt aangegeven dat elke hype (zoals ICT in het onderwijs) zich ontwikkelt volgens een vast patroon. Op basis van het artikel van Rubens (2003) beschrijft hij de fasen in het patroon:
1. Overdreven enthousiasme voor de hype
* Hoge verwachtingen
* Snelle ontwikkelingen
* Weinig diepgang
2. Desillusie
* Verwachtingen die veelal niet zijn waargemaakt, zorgen voor teleurstelling
* Weinig inhoudelijke vernieuwingen
* Pas op de plaats
3. Geleidelijke verbetering
* Duidelijkheid over wat werkt en wat niet
* Bezinning en evaluatie
* Nadruk op de didactiek
Als we het model van Itzkan naast dat van Rubens (2003) en Simons (2003) leggen, dan valt op dat de fasen in het patroon dat Rubens en Simons beschrijven ongeveer vergelijkbaar zijn met de eerste twee fasen van Itzkan in Suzanne Schut (2010). Het verschil is echter dat de fasen van Itzkan los van elkaar lijken te staan. De fasen van Rubens en Simons lijken meer in elkaar over te lopen als bij een geleidelijke schaal.
Fullen (in J.M.C. Nelissen 2003) zegt dat verandering tot stand komt in drie verschillende dimensies:
- Nieuwe materialen, curricula, leerlijnen en handleidingen worden ingevoerd
- Nieuwe benaderingen (bijv. didactiek, theorie over leerprocessen) worden ingevoerd
- Er ontstaan nieuwe overtuigingen, ideeën en theorieën
Deze drie dimensies hangen nauw samen en laten tevens zien dat innovaties alleen dan slagen wanneer alle dimensies voldoende aandacht krijgen.
De eerste twee dimensies passen bij de substitutie en transitie fase van Itzkan en de fasen 1 t/m 3 van Rubens en Simons, de laatste bij de transformatie fase van Itzkan, waarbij er nieuwe overtuigingen ontstaan en het onderwijs opnieuw ontworpen wordt.
Innovatie wordt ook wel omschreven als een zo groot mogelijke stap naar verbetering . Dit kan mensen angstig maken voor wat de gevolgen van de innovatie kunnen zijn. Het kan impliceren dat het niet mogelijk is om een innovatie in kleine stapjes vorm te geven. Toch kan het veel voordelen hebben om innovaties stapsgewijs in te voeren in de praktijk. De betrokkenen wennen zo geleidelijk aan de nieuwe situatie, waardoor de weerstand vermindert (P. Loof).
Naar mijn mening is er een geleidelijke schaal van substitutie via transitie naar uiteindelijk transformatie, die je kan en niet moet doorlopen. In sommige gevallen voldoet substitutie (in de ruimste zin van het woord zoals ook J. Schoonenboom aangeeft in haar artikel), in de meeste andere gevallen moet het doel hoger liggen en moet minstens gestreefd worden naar een verandering in didactiek. Ook ben ik ervan overtuigd dat de substitutiefase soms niet of nauwelijks aan de orde is, omdat er vrijwel meteen iets veranderd in de didactiek. De drie dimensies van Fullen zijn belangrijk omdat aan elke dimensie genoeg aandacht besteed moet worden, als je een innovatie wil laten slagen.
Voor mijn herontwerp is het van belang om minimaal te streven naar transitie niveau. De didactische werkwijze van leerkrachten zal aangepast moeten worden. De substitutie fase zal niet groot zijn, omdat het invoeren van het herontwerp vrijwel meteen een andere didactiek vraagt. Het is van belang om genoeg aandacht te besteden aan alle de drie dimensies van Fullen zodat de innovatie kans van slagen heeft.

